+50° 54' 22.68", +3° 42' 54.61"
De naam van dit dorp komt voor het eerst voor in 1196, hoewel de lokaliteit veel ouder moet zijn. De ontdekking van een Merovingische begraafplaats in 1955 bewijst dat Beerlegem een Frankische nederzetting was. “Berlenghem” was de benaming volgens de lijsten van het bisdom Kamerijk. Abt J. Claerhout denkt dat de naam voorkomt van ‘Berilo’ (diminutief van Bero). Beerlegem was dus de woonplaats van het geslacht der Berlingen, omgevormd tot “Berlingenhem” en in 1252 werd het Beirlegem. Andere bronnen vermelden de naam “Bardelingheym”, wat zou betekenen ‘woning der Bardarlingen’ of afstammelingen van ‘Badharila’.
De bewoonde geschiedenis van Beerlegem gaat vermoedelijk terug tot in de prehistorie. Zeker is dat in de gallo-romeinse tijd er menselijke aanwezigheid was in deze gemeente. De ontdekking van de resten van een merovingisch grafveld wijst op een dichtere graad van bewoning in de 8ste-9de eeuw.
Vroeger behoorde de heerlijkheid Beerlegem tot het land van Rode, één van de vijf baanderijen (baronieën) van het Graafschap van Aalst. Ze gaf de naam aan de adellijke familie, waarvan het oudste lid, Theodoricus van Berleghem, in 1196 wordt vermeld in een charter van Raas van Gavere. Nadien ging het heerschap van Beerlegem over aan Geerard van Grimbergen.
In 1971 ging de gemeente op in Munkzwalm (later Zwalm) en telde op dat moment 348 inwoners. Beerlegem staat bekend om het 18e eeuwse barokke kasteel van Rhode dat privé-eigendom is. |